Je lichaam heeft een prachtig systeem om ervoor te zorgen dat je krijgt wat je nodig hebt, precies wanneer je dat nodig hebt. Dat is het autonome zenuwstelsel, die regelt zo’n beetje alles voor je. Zonder dat je daar iets vanaf hoeft te weten. Hoeveel bloed je spieren nodig hebben als je moet vluchten. Hoe snel je ademt wanneer je je moet concentreren. Hoe wijd je pupillen opengaan bij gevaar. Waar je bloed het hardste nodig is als je het koud hebt. Maar ook wat het beste moment is voor je lever om uitgebreid aan de slag te gaan en alles lekker op te schonen.

Je autonome zenuwstelsel stuurt dus de lichaamsfuncties aan die buiten jouw bewuste wil om gebeuren. En het heeft grofweg twee kanten. Je hebt een actiemodus (= sympathisch zenuwstelsel) en een rustmodus (= parasympathisch zenuwstelsel).

Als je in je actiemodus zit, worden je pupillen wijder, stroomt er bloed naar de grote spieren van je armen en benen, stijgt je bloeddruk, hartslag en ademfunctie. Dit alles om je lichaam in staat te stellen om te kunnen vluchten of vechten bij gevaar.

Als je in je rustmodus zit, komt er ruimte voor spijsvertering, het immuunsysteem, celvernieuwing, groei en herstel. Wanneer je ontspannen bent, krijgen dus de processen van ‘zelforganisatie’ de tijd om hun nuttige werk te doen. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat genoeg rust en ontspanning onmisbaar zijn voor je algehele lichamelijke gezondheid.

Soms ervaar je stress, zit je in de actiemodus, terwijl er geen direct gevaar is. Met je eigen stressgedachten kun je namelijk dit stelsel gaande houden[1]. En de stressgedachten worden op hun beurt ook weer opgeroepen door het gejaagde gevoel, de verhoogde hartslag, die je ervaart. Omdat deze processen bijna volledig autonoom zijn, is het moeilijk om de cirkel te doorbreken. Het is dus soms nodig, om zelf je rustmodus te activeren. Maar hoe kun je zoiets bewust sturen? Het gebeurt toch buiten je wil om?

Gelukkig is er een lichaamsfunctie die automatisch gaat en die we ook kunnen sturen. Dat is onze adem. Het maakt van de adem een van de meest wonderlijke processen van ons lichaam. Je kunt hier gebruik van maken door je adem afwisselend te volgen en te sturen.

Volgen

Tijdens de ontspanningsyoga zijn er momenten dat we de adem alleen maar observeren vanuit nieuwsgierigheid. De adem geeft, omdat het grotendeels vanzelf gaat, een mooi inkijkje naar binnen. Hoe gaat het met mij? Je kan via je adem heel makkelijk even bij jezelf stilstaan. Een onrustige adem vertelt je dat er onrust is. Een kalme adem gaat meestal samen met een kalme geest. Door je meer bewust te worden van je adem, van moment tot moment, leer je je verschillende ademtoestanden herkennen. Daardoor weet je beter hoe het met je gaat en wat je nodig hebt. [2]

Sturen

Op andere momenten tijdens de ontspanningsyoga, gaan we juist de adem bewust sturen. Door de adem te vertragen, verlagen, of bewust vast te zetten na een in- of uitademing. De adem wordt dus aangestuurd door het autonome zenuwstelsel, maar kan ook door onze wil worden aangestuurd en dan gebeurt er iets wonderlijks. Want de koppeling tussen je adem en je gemoedstoestand blijft grotendeels intact.

Wanneer wij onze adem bewust vertragen, gaan ademen alsof het lichaam in rust is, brengen we het zenuwstelsel en daarmee de rest van het lichaam daadwerkelijk tot rust! De hartslag vertraagt, de geest wordt kalmer… oorzaak en gevolg zijn omkeerbaar!

De adem vertelt ons nu niet meer klakkeloos hoe het met de geest gaat, maar de geest (ons zenuwstelsel) volgt nu de adem, die wij met onze wil sturen. Door tijdens yogalessen en ook daarbuiten, bewust je adem te gebruiken om te voelen of te sturen, krijg je meer grip op stress en ontspanning.


[1] ‘Our activities survive the events that bring them on. When we rise to an occasion, we become tense; and when the occasion passes, the momentum tends to continue’ (Jacobson).  

[2] Passieve zelfwaarneming is het beoefenen van mentale rust onder alle omstandigheden. Dat is geen beheersing, want dwang is zelf al mentale onrust. Het is mogelijk door a) de adem te oefenen, een lage adem draagt mentale rust, b) gespannen te zijn en dat te voelen, ‘ik ben gespannen’. Die erkenning is rust in de onrust en maakt herstel mogelijk. Niet herkende spanning blijft. (B. van Balfoort en J. van Dixhoorn, 1979)